Om de emoties van de ander te beïnvloeden zonder ze aan te vallen, gebruik je twee krachtige technieken: spiegelen en labelen. Spiegelen (isopraxisme) is simpelweg het herhalen van de laatste drie (of de belangrijkste één tot drie) woorden van wat de ander net heeft gezegd. Dit voelt voor de ander als een teken van gelijkenis en verbinding, waardoor ze meer gaan praten en informatie prijsgeven. Na een spiegeling moet jij stil blijven om de techniek zijn werk te laten doen.
Labelen is het benoemen van de emoties van de ander. Je zegt bijvoorbeeld: “Het lijkt erop dat je bang bent om de controle te verliezen” of “Het klinkt alsof je je niet gewaardeerd voelt”. Gebruik altijd zinnen als “Het lijkt erop dat…” of “Het klinkt alsof…” en vermijd het woord “Ik”, omdat dat de ander defensief maakt.
Wanneer je een negatieve emotie labelt, help je de ander om die angst rationeel te verwerken, waardoor de intensiteit ervan afneemt. Het is als het werpen van zonlicht op een angst: het verliest zijn kracht. Aan de andere kant, door positieve emoties te labelen, versterk je ze. Deze technieken maken je geen therapeut, maar een effectieve onderhandelaar die de angsten in de weg van een deal wegneemt.