Veel mensen zijn geobsedeerd door het krijgen van een “ja” aan het begin van een gesprek, maar volgens Voss is dat vaak een waardeloos antwoord. Er zijn drie soorten “ja”: de nagemaakte (om van je af te zijn), de bevestigende (zonder belofte tot actie) en de echte toezegging. Mensen zijn zo gewend om gepusht te worden naar een “ja”, dat ze er meesters in zijn geworden om een nagemaakte “ja” te geven om de druk te ontwijken.
Jij moet juist streven naar een “nee”. Voor een onderhandelaar is “nee” puur goud, omdat het de ander een gevoel van veiligheid en controle geeft. Wanneer iemand “nee” zegt, voelt diegene dat hij zijn autonomie beschermt, waardoor hij daarna meer openstaat voor wat jij te zeggen hebt.
In plaats van te vragen: “Heb je een paar minuten om te praten?” (waarbij de ander direct op zijn hoede is), kun jij beter vragen: “Is dit een slecht moment om te praten?”. De ander kan dan gerustgesteld “nee” zeggen en je vervolgens zijn volledige aandacht geven. Als je merkt dat iemand je negeert, kun je een korte e-mail sturen met de vraag: “Heb je dit project opgegeven?”. Dit dwingt de ander om “nee” te zeggen (omdat ze geen verlies willen lijden) en geeft hen de controle terug om uit te leggen waarom ze stil waren. Een vroege “nee” start de echte onderhandeling pas echt.