Er zit een mechanisme in je hersenen dat constant bijhoudt hoeveel moeite je doet voor een doel en hoeveel vooruitgang je boekt. De Nagoski’s noemen dit de “Monitor”. Als je veel moeite doet maar het gevoel hebt dat je nauwelijks opschiet—zoals bij een eindeloze studieopdracht of een moeizame relatie—raakt je Monitor gefrustreerd. Deze frustratie kan omslaan in woede en uiteindelijk in totale moedeloosheid, waardoor je in een ‘put van wanhoop’ belandt en het liefst opgeeft.
Je kunt je Monitor helpen door je verwachtingen aan te passen. Als je begint aan een moeilijke taak en tegen jezelf zegt dat het “een makkie” wordt, zul je bij de eerste tegenslag al gefrustreerd raken. Maar als je erkent dat de weg zwaar zal zijn, kan je Monitor de moeite die je doet accepteren zonder in paniek te raken. Dit noemen we het herdefiniëren van ‘winnen’. In plaats van alleen te kijken naar het eindresultaat, kun je je richten op kleine, haalbare stapjes die binnen je controle liggen en je een gevoel van overwinning geven.
Soms is het echter ook belangrijk om te weten wanneer je moet stoppen. De Monitor kan je signalen geven dat een doel echt onhaalbaar is geworden. In plaats van blindelings door te gaan (“grit”), kun je een rationele analyse maken van de kosten en baten van doorgaan versus stoppen. Quitten is niet altijd een teken van zwakte; het kan een noodzakelijke aanpassing zijn om je mentale gezondheid te beschermen en ruimte te maken voor nieuwe mogelijkheden. Luister naar die stille stem in jezelf die zegt wanneer het tijd is om een patch in het bos achter je te laten en een nieuw stuk grond op te zoeken.