Bijna iedereen heeft een nare, kritische stem in zijn hoofd die naar boven komt zodra er iets misgaat. De Nagoski’s noemen deze stem de “madwoman in the attic” (de waanzinnige vrouw op zolder). Deze stem is vaak een perfectionist die je vertelt dat je dik, dom of mislukt bent. Ze probeert je te beschermen tegen afwijzing door je constant te wijzen op de kloof tussen wie je bent en wie de wereld wil dat je bent, maar ze doet dit op een manier die je mentaal kapotmaakt.
Om deze stem onder controle te krijgen, moet je haar eerst een identiteit geven. Stel je haar voor als een persoon, geef haar een naam en bedenk hoe ze eruitziet. Door haar los te zien van jezelf, kun je een ‘observerende afstand’ creëren. Je hoeft niet langer naar haar beledigingen te luisteren als ware feiten; je kunt haar observeren met een beetje nieuwsgierigheid en zelfs medelijden. Vaak is die madwoman namelijk zelf een bang en gekwetst deel van je dat simpelweg niet weet hoe ze anders met druk om moet gaan.
Zelfcompassie is het krachtigste tegenwicht voor deze harde zelfkritiek. Veel mensen zijn bang dat ze lui worden als ze stoppen met zichzelf te straffen, maar het tegendeel is waar: door aardig te zijn voor jezelf, herstel je sneller van fouten en heb je meer energie om door te gaan. Genezing doet in het begin vaak pijn, net zoals ontsmettingsmiddel in een wond prikt, maar het zorgt ervoor dat de wond uiteindelijk echt heelt in plaats van blijft zweren. Behandel jezelf zoals je je allerbeste vriend(in) zou behandelen: met geduld, respect en de overtuiging dat je goed genoeg bent, ook als je niet perfect bent.