Veel jonge mensen, en dan vooral jonge vrouwen, groeien op met de onbewuste overtuiging dat hun waarde afhangt van hoeveel ze aan anderen geven. Dit wordt het “Human Giver Syndrome” genoemd. In dit systeem zijn er twee groepen: de ‘human beings’, die het recht hebben om hun eigen dromen na te jagen, en de ‘human givers’, van wie wordt verwacht dat ze altijd vrolijk, rustig en attent zijn voor de behoeften van anderen. Als een ‘gever’ tijd voor zichzelf claimt of boos wordt, voelt dat als een morele misdaad waarvoor ze zichzelf straft met schuldgevoelens.
De eerste stap naar bevrijding is beseffen dat dit syndroom een soort virus is dat je is aangeleerd door de maatschappij. Het vertelt je dat zelfzorg egoïstisch is, terwijl het in werkelijkheid de enige manier is om te overleven. Je hebt geen morele verplichting om jezelf op te offeren om anderen warm te houden. Wanneer je merkt dat je “ja” zegt terwijl je hele lichaam “nee” schreeuwt, of wanneer je je schuldig voelt omdat je een middag op de bank ligt, weet dan dat dit het syndroom is dat spreekt.
Je kunt dit syndroom genezen door je eigen behoeften weer serieus te nemen. Vraag jezelf regelmatig af: “Wat zou ik doen als ik een ‘human being’ was in plaats van een ‘human giver’?”. Dit betekent dat je grenzen leert stellen en accepteert dat je niet altijd iedereen tevreden kunt houden. Zelfbehoud is een politieke daad van verzet tegen een systeem dat jou wil uitputten. Door voor jezelf te zorgen, word je uiteindelijk sterker en krachtiger om de dingen te doen die er voor jóu echt toe doen.