De kern van effectieve spiertraining is het principe van Progressieve Weerstand. Dit betekent dat je de belasting op je spieren geleidelijk moet verzwaren om ze continu te dwingen zich aan te passen. Zoals Thomas DeLorme, de arts die in de Tweede Wereldoorlog gewonde soldaten rehabiliteerde met zware gewichten, schreef: al eeuwen is bekend dat als iemand progressief zwaardere gewichten tilt, de spieren zullen hypertrofiëren en in kracht zullen toenemen. Zonder deze continue progressie zal je lichaam niet optimaal adapteren en mis je de klinische voordelen.
Het idee om elke dag een kalf op te tillen totdat het een volwassen stier is (de mythe van Milo van Croton) is een gelijkenis van progressie. Hoewel fysiologisch gebrekkig – want de menselijke kracht neemt niet toe via een constante opwaartse curve – illustreert het dat je altijd moet blijven zoeken naar een zwaardere belasting. Zelfs als je een beginner bent, is training met alleen lichaamsgewicht, hoewel het een goede start is, vaak niet voldoende voor de grotere spiergroepen, zoals die in de benen, om de continue progressie naar zwaardere gewichten te bereiken die nodig is voor optimale adaptatie en klinische voordelen.
Start met wat je kunt: als het zwaarste gewicht dat je kunt tillen de last van je twee armen is, dan begin je door je armen op te tillen. Maar om sterker te worden, moet je blijven variëren en het gewicht zwaar houden in verhouding tot jouw maximale kracht. Onthoud dat puur progressieve overbelasting uiteindelijk afnemende, en uiteindelijk nul, opbrengsten oplevert. Je moet progressie daarom zien als een cyclisch en langdurig project waarbij je constant improviseert en experimenteert. Dit werd door de oude Grieken kairos genoemd: het juiste doen op het juiste moment. Progressieve weerstandstraining is dan ook een praktijk van voortdurend experiment.