Cursus inhoud
StarHacks 2.2.7 o.b.v. Magic Words – Jonah Berger
Inleiding: Het probleem van taalkundige blindheid We communiceren de hele dag door: we sturen appjes, schrijven e-mails, voeren gesprekken en presenteren onze ideeën. Ondanks al die oefening lijden de meesten van ons aan 'taalkundige blindheid'. We focussen ons bijna volledig op de inhoud van wat we willen zeggen, maar we vergeten de vorm. We denken dat woorden inwisselbaar zijn, zolang de kern maar duidelijk is. Dit is een groot probleem. Omdat we niet nadenken over onze specifieke woordkeuze, laten we onbewust enorme kansen liggen. Erger nog: we gebruiken vaak woorden die ons onbedoeld minder zelfverzekerd laten lijken, onze creativiteit blokkeren of anderen subtiel van ons vervreemden. Woorden als "misschien", "eigenlijk" of "ik kan niet" sijpelen onze zinnen binnen en ondermijnen onze impact zonder dat we het doorhebben. We proberen mensen te overtuigen met droge feiten, terwijl de wetenschap laat zien dat dit vaak averechts werkt. De oplossing ligt in het begrijpen van de psychologische lading achter onze woorden. In plaats van te vertrouwen op toeval, kunnen we gebruikmaken van de zes categorieën 'magische woorden' die onderzoeker Jonah Berger heeft geïdentificeerd. Deze woorden activeren identiteit, stralen zelfvertrouwen uit, stellen de juiste vragen, maken abstracte zaken concreet, spelen in op emotie en benutten overeenkomsten. Door bewust te kiezen voor woorden die identiteit activeren, verander je een simpele actie in een kans voor iemand om te laten zien wie hij is. Door twijfelwoorden te schrappen, dwing je respect en vertrouwen af. En door je taalgebruik subtiel af te stemmen op je gesprekspartner, bouw je razendsnel een band op. De oplossing is dus niet om meer te praten, maar om slimmer te praten. In de volgende StarHacks leer je stap voor stap hoe je deze wetenschappelijke inzichten omzet in actie, zodat je voortaan precies weet wat je moet zeggen om je doel te bereiken.
0/8
2.2.7 Magische woorden gebruiken

De eerste stap naar meer invloed is het begrijpen van het verschil tussen wat mensen doen en wie mensen zijn. Wetenschappelijk onderzoek in een kleuterschool toonde aan dat kinderen veel vaker hielpen opruimen als hen werd gevraagd om een “helper” te zijn, in plaats van simpelweg te “helpen”. Dit lijkt een klein verschil – slechts een paar letters – maar het effect is gigantisch. Waarom? Omdat mensen graag een positieve identiteit willen aannemen.

Wanneer je iemand vraagt om te “helpen”, vraag je om een actie. Dat kost moeite en mensen hebben er niet altijd zin in. Maar wanneer je vraagt of iemand een “helper” wil zijn, bied je diegene een kans om een gewenste identiteit te bevestigen. Iedereen wil zichzelf graag zien als een goed, behulpzaam persoon. Door van een werkwoord een zelfstandig naamwoord te maken, activeer je dit gevoel van identiteit.

Dit principe kun je overal toepassen. Wil je dat mensen gaan stemmen? Praat niet over “stemmen”, maar over “een stemmer zijn”. In experimenten verhoogde deze kleine aanpassing de opkomst met 15%. Wil je dat iemand naar je luistert? Vraag diegene om een “luisteraar” te zijn. Wil je dat een teamlid harder werkt? Moedig hem of haar aan om een “top-performer” te zijn.

Zelfs bij negatief gedrag werkt dit. In plaats van te zeggen “niet spieken”, werkt het veel beter om te zeggen “wees geen spieker”. Mensen willen namelijk geen negatieve identiteit aannemen. De actie (spieken) is één ding, maar een “spieker” zijn is een stempel dat mensen koste wat kost willen vermijden. Pas dit dus toe in je dagelijkse communicatie: zoek naar kansen om werkwoorden te veranderen in identiteitslabels. Je zult merken dat mensen veel gemotiveerder zijn om mee te werken als hun zelfbeeld op het spel staat.

Scroll naar boven