Empathie en sympathie lijken op elkaar, maar hun effect op verbinding is totaal verschillend. Empathie is het vermogen om met mensen te voelen, terwijl sympathie het gevoel voor hen is. Empathie voedt verbinding; sympathie leidt tot disverbinding (disconnection).
Wanneer iemand worstelt en een kwetsbaar verhaal deelt, fungeert empathie als een balsem. Schaamte, het intense gevoel dat je onwaardig bent voor verbinding, heeft stilte en oordeel nodig om te overleven. Empathie is de antithese van schaamte.
Stel je de metafoor van de put voor: iemand zit in een diepe, donkere put en roept om hulp.
• Sympathie is over de rand kijken en zeggen: “Oh, wat erg. Wat verschrikkelijk. Het spijt me zo voor je.” Je blijft veilig aan de rand en loopt dan door.
• Empathie is over de rand kijken, erkennen dat de ander pijn heeft, en dan naar beneden klimmen met de verzekering: “Ik zie je. Ik weet hoe het hier beneden is. En je bent niet alleen“. Het is cruciaal om te onthouden dat je niet in de put springt zonder je eigen uitweg, anders hebben jullie beiden hulp nodig (dit is verwevenheid/enmeshment).
De meest krachtige woorden die je kunt zeggen als iemand in een worsteling is, zijn “Ik herken dat” of “Me too” (Ik ook). Dit communiceert gedeelde menselijkheid en normaliseert hun ervaring. Sympathie (‘Oh, you poor thing’) daarentegen, kan het gevoel van isolatie vergroten. Empathie gaat niet over het oplossen van de problemen, maar over aanwezig zijn en verbinding.
Actiegericht Advies: Als iemand een moeilijk verhaal deelt, vermijd dan de neiging om het te ‘fixen’ of advies te geven. Je kunt zeggen: “Ik weet niet eens wat ik nu moet zeggen, ik ben gewoon zo blij dat je het me verteld hebt“. Dit is verbinding en dat is wat geneest.