De meest effectieve en nauwkeurige maatstaf voor wat je houdt, is door jezelf af te vragen: “Word ik er blij van?”. De truc is dat je elk object in je hand neemt. Je kunt niet alleen naar je kledingkast kijken en beslissen dat je blij wordt van alles wat erin hangt; je moet elk kledingstuk eruit halen. Door de stof aan te raken, krijg je een lichamelijke reactie — je intuïtieve aantrekkingskracht.
Historisch gezien richtte de focus bij opruimen zich vaak op wat weg moest (‘Gooi alles weg wat je al een jaar niet gebruikt hebt’). Maar te veel focus op weggooien leidt tot ongelukkig zijn. In plaats daarvan verschuif je de aandacht naar wat je wilt hóúden.
Als je een item vasthoudt dat je raakt, voel je het meteen; je aanraking is teder en je ogen beginnen te glanzen. Dit is het moment dat je weet dat je het moet houden. Als je het niet leuk vindt, bedank je het voor zijn bewezen diensten—bijvoorbeeld dat het je heeft laten zien wat je niet staat. Elk object heeft zijn rol in je leven al vervuld, zelfs als je het nooit hebt gebruikt.
Wees niet bang dat dit criterium te vaag is. Als je eerlijk bent tegenover jezelf en je omringt met alleen de dingen waar je blij van wordt, creëer je de gedroomde levensstijl die je eerder hebt gevisualiseerd. Dit is de beste manier om te kiezen.