Leugens falen door fouten gemaakt door de leugenaar, vaak veroorzaakt door de emoties die bij bedrog komen kijken. Deze emoties zijn de belangrijkste ‘clues to deceit (aanwijzingen voor bedrog)’.
1. Angst om Betrapt te Worden (Detection Apprehension):
• Dit is de angst van de leugenaar dat de leugen ontdekt wordt. Milde angst kan de leugenaar alert en gefocust houden, waardoor fouten worden voorkomen. Echter, als de angst te sterk is (vaak als de inzet hoog is, zoals bij dreigende straf), kan deze de leugenaar juist verraden.
• Clues: Zenuwtrekken, vermijden van oogcontact, of het aanraken van het gezicht. Fysiologische signalen zoals een hogere stemtoon en verhoogde hartslag/ademhaling
.2. Bedrogschuld (Deception Guilt):
• Dit is het schuldgevoel over het liegen zelf, niet over de inhoud van de leugen. Schuld is het sterkst wanneer de leugenaar en het doelwit waarden delen (zoals Mary die loog tegen haar dokter die ze bewonderde).
• Clues: Schuldgevoel kan aanzetten tot het maken van fouten om betrapt te worden. Het kan ook leiden tot verdriet- of schaamtegerelateerde signalen. De wens om schuld te verlichten kan leiden tot een bekentenis.
3. Vreugde om te misleiden (Duping Delight):
• Positieve gevoelens die voortkomen uit het succesvol uitvoeren van de leugen. Dit kan opwinding zijn tijdens de ‘uitdaging’, opluchting na het slagen, of trots op de prestatie.
• Clues: Dit kan verraad worden door signalen van opwinding die de leugenaar probeert te onderdrukken. Als de leugenaar bijvoorbeeld minachting voelt voor het slachtoffer, kan een uiting van minachting ‘lekken’. Duping Delight is het moeilijkst te onderdrukken wanneer anderen toekijken en de prestatie waarderen.