Een van de grootste uitdagingen in leugendetectie is de individuele variabiliteit van gedrag. Wat voor de één een teken van liegen is (bijvoorbeeld zenuwachtig gedrag), is voor de ander slechts een normale eigenschap.
De Brokaw Fout Vermijden: Veel mensen zijn geneigd te geloven dat bepaalde tekenen—zoals het vermijden van oogcontact of nerveus lijken—universele indicatoren van bedrog zijn. Dit is de Brokaw Fout. Een leugendetector loopt het risico om iemand die van nature indirect of omslachtig spreekt als leugenaar te bestempelen, terwijl dit voor die persoon de normale manier van communiceren is. Een onschuldig persoon kan bijvoorbeeld altijd minder illustratoren (ondersteunende handgebaren) gebruiken dan gemiddeld.
Stel de Basislijn Vast: De enige manier om fouten als gevolg van individuele verschillen te verminderen, is door te oordelen op basis van een verandering in het gedrag van de verdachte. Dit vereist dat je een ‘baseline’ van normaal gedrag vaststelt voor die persoon.
• Vergelijking is Essentieel: Je moet het gedrag van de verdachte onder verdenking vergelijken met zijn of haar gebruikelijke gedrag. Absolute oordelen (bijvoorbeeld: “Ze beweegt te veel, ze liegt”) zijn waarschijnlijk fout. Relatieve oordelen (“Ze gebruikt nu significant minder handgebaren dan normaal”) zijn betrouwbaarder.
• Eerste Ontmoetingen: In eerste ontmoetingen ben je extra kwetsbaar voor de Brokaw Fout, omdat je geen basis voor vergelijking hebt. Probeer, indien mogelijk, eerst te focussen op neutrale onderwerpen om de gebruikelijke gedragsstijl te observeren.
Uitzonderingen: Bepaalde zeldzame uitingen—zoals slips of the tongue, tirades of micro-expressies—zijn minder kwetsbaar voor de Brokaw Fout, omdat ze op zichzelf al onthullende informatie bevatten, ongeacht de gebruikelijke stijl van de persoon.