Er zijn slechts twee taken betrokken bij opruimen: wegdoen en beslissen waar je dingen bewaart. Het cruciale in de KonMari-methode is de volgorde: wegdoen moet als eerste gebeuren. Je mag er niet eens over peinzen om iets op te bergen voordat je klaar bent met wegdoen.
Veel mensen, waaronder voormalige ‘opbergexperts’, vallen in de valkuil van het eerst proberen op te bergen. Dit is contraproductief. Als je in het midden van het wegdoen begint na te denken over opslag, stokt het hele proces. Je denkt dan: “Zou dit in deze la passen?” en de focus verschuift.
Het opbergen van spullen voordat de overtollige spullen zijn weggedaan, leidt onherroepelijk tot een terugval. De realiteit is dat je veel meer spullen hebt dan je nodig hebt of wilt hebben. Zodra je leert te kiezen welke bezittingen mogen blijven, zal de hoeveelheid die overblijft precies passen in de ruimte die je al hebt. Dit is het ware wonder van opruimen.
Na de intensieve wegdoen-fase, zal je bezit zijn gereduceerd tot een derde of een kwart van wat je begon. Vanaf dat moment wordt het kiezen van een bergplaats een verrassend eenvoudige taak. Je moet dus oefenen in zelfbeheersing en weerstand bieden aan de drang om spullen op te slaan, totdat je exact weet wat je echt wilt houden.