Als je moeite hebt met inslapen of doorslapen, is de meest gemaakte fout het obsessief klokkijken. Het herhaaldelijk controleren van de tijd veroorzaakt angst en verhoogt de alertheid van de hersenen, wat het inslapen nog moeilijker maakt. Als je insomnia hebt, verwijder dan de klok uit het zicht.
Een van de meest effectieve, op therapie (CBT-I) gebaseerde, adviezen is: blijf nooit te lang wakker in bed. Als je na ongeveer 20 minuten nog steeds niet slaapt, sta dan op en verlaat de slaapkamer. Ga naar een andere, zwak verlichte kamer en doe iets kalmerends en ontspannends (zoals lezen of luisteren naar rustige muziek), totdat de drang om te slapen terugkeert.
Dit gedrag helpt de mentale associatie te verbreken tussen je bed en wakker liggen of angst. Je bed moet exclusief geassocieerd worden met slapen. Dit is cruciaal om het zenuwstelsel te kalmeren, want psychologische factoren zoals emotionele onrust en een overactief sympathisch zenuwstelsel (vecht-of-vluchtreactie) zijn primaire bijdragers aan slapeloosheid. Door op te staan, vermijd je dat je wakker liggen associeert met de slaapomgeving, waardoor je de psychologische druk om te slapen vermindert.