Cafeïne: Cafeïne is een stimulerende drug. Het blokkeert de receptoren voor adenosine in de hersenen, waardoor het gevoel van slaapdruk (vermoeidheid) wordt onderdrukt. Zelfs een matige hoeveelheid cafeïne heeft een lange halfwaardetijd (het duurt 5 tot 7 uur om de helft van de stof af te breken). Dit betekent dat als je om 17.00 uur koffie drinkt, om middernacht nog steeds een kwart van de cafeïne in je systeem aanwezig kan zijn, wat de slaapkwaliteit verstoort. Als je ’s ochtends cafeïne nodig hebt om wakker te worden, is dit een indicatie dat je slaapkwaliteit of -kwantiteit al suboptimaal is.
Alcohol: Alcohol is, in tegenstelling tot wat velen geloven, geen slaapmiddel; het is een sedativum. Alcohol bereikt sedatie door de hogere regionen van de hersenschors te verdoven. Hoewel het kan helpen om sneller in te dommelen, zorgt het voor gefragmenteerde slaapcycli en onderdrukt het de REM-slaap. REM-slaap is cruciaal voor emotionele verwerking en geheugenconsolidatie. Zelfs matig alcoholgebruik kan het vermogen van het brein om complex geleerde informatie te verwerken en te consolideren, verstoren. Deze verstoring kan aanhouden tot wel drie nachten na consumptie. Alcohol kan ook leiden tot midden-in-de-nacht wakker worden, nadat de sederende effecten zijn uitgewerkt. Vermijd alcoholische dranken in de uren voor het slapengaan.