Het geven van kritiek is lastig, maar als je het aanpast aan de kleur van de ontvanger, wordt het veel effectiever. Bij een Rood type moet je direct zijn. Draai er niet omheen, maar noem concrete voorbeelden van wat er misging en wat het gevolg was. Wees voorbereid op een felle reactie, maar blijf zelf rustig en wijk niet af van je punt. Ze hebben een dikke huid en waarderen eerlijkheid boven alles.
Bij een Gele persoon moet je de kritiek verpakken in een positief gesprek. Begin en eindig met wat er wél goed gaat en benadruk dat je de relatie nog steeds waardeert. Omdat ze de neiging hebben om kritiek weg te lachen of te negeren, moet je heel expliciet zijn en hen vragen om de afspraken zelf te herhalen. Maak duidelijk dat hun gedrag een negatieve impact heeft op de sfeer of de groep, daar zijn ze gevoelig voor.
Bij Groene mensen moet je extra voorzichtig zijn. Ze kunnen kritiek heel persoonlijk opvatten en zich terugtrekken. Geef de feedback onder vier ogen en leg uit dat het om hun gedrag gaat, niet om hen als persoon. Stel hen gerust en help hen met kleine, haalbare stapjes om te verbeteren. Bij Blauwe types moet je puur bij de feiten blijven. Gebruik bewijzen en data om je punt te onderbouwen. Vermijd emotionele termen; zeg niet “ik vind dat je slordig bent”, maar zeg “er stonden drie fouten in deze rapportage”. Onthoud: pas je toon aan, maar blijf altijd eerlijk en duidelijk.