Om effectief te communiceren, moet je eerst weten wie je voor je hebt. Kijk naar de snelheid van handelen en de focus van de ander. Iemand die Rood is, herken je aan een krachtige stem, direct oogcontact en een enorme drang om resultaten te boeken; ze zijn vaak ongeduldig en praten snel. De Gele persoon is de sfeermaker: ze praten honderduit, gebruiken veel handgebaren en zijn altijd optimistisch, maar luisteren vaak minder goed.
Groene mensen zijn juist rustig en bescheiden. Ze luisteren veel liever dan dat ze zelf op de voorgrond staan en stralen een soort natuurlijke vriendelijkheid uit. Ze houden van stabiliteit en zullen niet snel een conflict opzoeken. Tot slot zijn er de Blauwen. Zij zijn de perfectionisten die pas praten als ze alle feiten op een rij hebben. Ze zijn gereserveerd, letten op elk klein detail en willen weten waarom iets op een bepaalde manier gebeurt.
Begin met observeren zonder direct te oordelen. Kijk in een groep wie als eerste het woord neemt (vaak Rood of Geel) en wie de kat uit de boom kijkt (vaak Groen of Blauw). Let ook op de werkplek: een rommelig bureau vol foto’s hoort vaak bij een Geel type, terwijl een Blauw type een extreem georganiseerde omgeving heeft. Door deze signalen op te vangen, kun je jouw strategie bepalen voordat je het gesprek aangaat. Oefen dit dagelijks: probeer bij elke persoon die je ontmoet in te schatten wat hun dominante kleur is. Onthoud dat de meeste mensen een combinatie van twee kleuren hebben, wat ze net iets complexer maakt.