Logotherapie biedt specifieke technieken, zoals de paradoxale intentie, die nuttig zijn bij fobieën en obsessieve-compulsieve stoornissen, met name die geworteld zijn in anticiperende angst. Anticiperende angst is de ironische wet dat je angst juist datgene veroorzaakt waarvoor je bang bent (bijvoorbeeld: angst om te blozen, leidt tot blozen).
Actiegericht advies (Functie omdraaien): Bij paradoxale intentie wordt de patiënt gevraagd om, al is het maar voor een moment, precies datgene te wensen of te doen waarvoor hij bang is. Dit doorbreekt de vicieuze cirkel van angst.
Voorbeelden:
• Zweetfobie: Een arts die bang was voor transpireren, kreeg het advies om opzettelijk te besluiten om te laten zien hoeveel hij kon zweten (bijvoorbeeld “nu ga ik tien liter zweten!”). Door deze omkering van houding verdween de angst.
• Stotteren: Een stotteraar die als kind probeerde te stotteren om medelijden op te wekken, merkte dat hij juist niet kon stotteren toen hij het probeerde.
• Slaapstoornissen: De angst om niet te kunnen slapen leidt tot hyper-intentie (te hard proberen in slaap te vallen), wat het juist onmogelijk maakt. Het advies is dan om het tegenovergestelde te doen: probeer zo lang mogelijk wakker te blijven.
Humor als wapen: Dit werkt omdat je jouw angst confronteert met een paradoxale wens, en hierbij gebruik maakt van de specifiek menselijke capaciteit tot zelf-detachement (afstand nemen van jezelf), vaak met behulp van humor. De neuroticus die leert om met zichzelf te lachen, is op weg naar zelfbeheersing en genezing.